Verslag van woensdagavond 1 juli 2020 bij Veldzicht.

Opnieuw een buitenrepetitie bij museum Veldzicht aan de Herenweg. Het was eerst nog spannend of de weergoden ons wel gunstig gezind waren, maar gelukkig ze werkten een beetje mee. Om 19:00 hadden 21 zanglustigen zich opgesteld in de tamelijke beschutting van de schuur van Veldzicht. In tegenstelling tot vorige week moesten wel de jassen aan, want er stond toch nog een behoorlijke wind. Astrid was ook weer van de partij en stond klaar om ons op haar elektrische klavier te begeleiden. Ook Bob had de reis van Uithoorn naar Noordwijk in no-time afgelegd en stond achter zijn muziekstandaard klaar om met wat nieuwe muziek de avond te beginnen. Maar eerst nam Mary het woord en heette ons hartelijk welkom en ze vertelde ons dat het bestuur het fijn vindt dat jullie toch zijn komen zingen, maar dat het niet de regel is dat we elke woensdagavond bij elkaar komen.  Het hangt sterk van het weer af, want het idee is dat het een “zomerzangavond” moet zijn en geen “schuilen tegen de regen en wind” avond. Na deze woorden nam Bob het woord en hij vertelde dat we vanavond wat aan het Engelse repertoire gaan doen en vooral aan de wat kleinere korte stukken. We gingen eerst onze stemmen opwarmen. De eerste oefeningen was: “Dinge dong dong dong, dinge dong dong dong”. Deze oefening deed me sterk denken aan een songfestival liedje. Dat klopte wel, want we stonden “Rechtop in de wind”, wat ook ooit op het songfestival is gezongen. We deden deze oefening steeds en halfje hoger. Daarna zongen we “Woo-oo-oh”. De meeste mensen zongen met de wind mee en klonk deze oefening af en toe als: “Whoeiiii-oeiiii-wooh”. Ook hier zongen we steeds een halfje hoger, maar wel met verschillende tekstvariaties. Hierna deden we nog een “tegen de wind inzing oefening”.  We zongen “sa-sa-sa-saaaaaa-sa sa” met een tegenwind crescendo op “aaaa”. Dit klonk aardig uit onze 21 kelen, vond Bob. Ook bij deze laatste inzingoefening werd de tekst en de toonhoogte gevarieerd. We gingen verder met de door Arie uitgedeelde en door Bob gekopieerde éénstemmige werkjes. Het eerste lied wat we zongen was getiteld: “Greensleeves”. Niemand kan vertellen wie “The lady with the Green Sleeves” was, alleen is bekend dat ze een wreed persoon was. In de 16 tiende eeuw had zelfs Shakespeare het over haar in het stuk: “De getrouwde vrouwen van Windsor”. Het tweede werkje draagt de titel: “The girl I Left Behind”. Het lied was populair in het leger van de V.S., die het tijdens oorlog van 1812 gebruikten als een marcherende melodie. Het laatste werk uit de serie draagt de titel: “Early One Morning” en is ooit op de planken gebracht door Nana Moeskoerie. U weet wel, die vrouw met die grote zwarte bril. De vertaling luidt: “Vroeg in de morgen, de zon kwam net op, hoorde ik een jongedame zingen in de vallei daar beneden: ‘Oh, bedrieg me niet; oh, verlaat mij nooit!, hoe kun je een arme dame zo gebruiken?’”.  Leuk tekstje, vinden julie niet, dat wij zomaar op de woensdagavond stonden te zingen. Genoeg hierover. Verder gingen we werken aan nr. 49 (In all my dreams) dat ging heel goed, aan nr 50 (Linger Awhile) dat ging wat minder goed, want de wind stak op, nr 51 (Seems like old times) ook bij dit lied waaide heel wat noten weg en topenden we  nr. 52 (Who is Silvia?) Op dit lied werd extra geoefend omdat de bassen en tenoren gesplitst zijn in hoog en laag. Maar het ging goed, Bob liet zelfs de mannen hun partijen voorzingen. Ook de vrouwen mochten wat later hun partij laten horen. Jammer dat de wind steeds meer van zich liet horen. Het besluit werd daarom genomen om de repetitie maar af te blazen en dat “For the beauty of the earth” het laatste lied van vanavond zou worden.  Tot een volgende keer maar weer!