Verslag van woensdag 24 juni 2020 bij Veldzicht.

Nadat we 14 weken „op slot” hebben gezeten konden we vanavond eindelijk weer samen komen om te zingen. Het was niet op de vertrouwde plek in De Muze, maar we zijn tijdelijk uitgeweken naar museum Veldzicht aan de Heerenweg. Het is namelijk nog niet geoorloofd om in een zaal te zingen, maar buiten mag het wel, mits we een onderlinge afstand van 1,5 meter in acht nemen en de groep niet groter is dan 30 personen.  Naar aanleiding van de mail die Mary had rondgestuurd hadden zich genoeg mensen opgegeven. De eerste 30 mensen zijn dan ook uitgenodigd om te komen zingen. In de dagen hieraan voorafgaand had Mary alles wat nodig is om bij Veldzicht te kunnen zingen geregeld. Bob werd telefonisch op de hoogte gebracht van onze plannen en was gelijk enthousiast. Op de zaterdag hier voorafgaand sprong hij in zijn nieuwe felrode auto en scheurde van Uithoorn naar Veldzicht om  de situatie  in ogenschouw te nemen. En ja, het beviel hem prima. De volgende stap van het bestuur was om een piano te regelen.  Bij Music All Inn, dachten wij, maar daar was geen elektrische piano meer te huur. Waarschijnlijk hebben meer verenigingen het plan opgevat om weer te gaan beginnen… Toen kwam Mary op he idee (wat moeten we zonder Mary) om te vragen of we de piano van Astrid mogen lenen. Zo gezegd, zo gedaan. Astrid gebeld en zij zei dat dat wel mogelijk is, maar dat dan elke keer door iemand van het bestuur de piano gehaald en weer op dezelfde dag thuisgebracht moest worden. Kan wel natuurlijk, maar wel een heel gedoe. Toen kwam Astrid met het voorstel: „Als jullie mij erbij inhuren, zijn jullie van dat probleem af!”  We hebben toen als bestuur besloten dat dat een prima optie is (financieel hebben we de afgelopen weken niet veel hoeven uit te geven) en zijn op haar aanbod ingegaan.  Het was wel heel fijn dat Astrid er was en dat Bob  zijn handen vrij had om ons te dirigeren. Goed, en daar stonden we dan, 27 enthousiaste zanger(essen), de dirigent en de pianiste. Mary opende en vertelde dat ze blij is dat we eindelijk weer bij elkaar kunnen komen. Wel had ze de vraag dat als er iemand is die de volgende keer niet komt om zich dan even af te melden, want we willen wel van te voren weten hoeveel leden er komen. Hierna nam Bob het woord en hij vertelde dat hij ook heel blij is dat we na zoveel weken „vakantie” eindelijk weer kunnen gaan zingen. Vanavond ben ik van plan om het hele Fonds 1818 programma door te gaan zingen. Maar eerst gaan we inzingen om onze stembanden weer te laten wennen.  We gingen staan en deden een oefening die bij het huidige weer past: „pfff”, „pffff” en wat later dezelfde oefening op een toon. Daarna deden we „Nu nonne nenne nan” op een toonladder. We gingen steeds hoger, totdat he te hoog gegrepen was en menigeen het liet afweten. De volgende oefening was van de hoogte „G” en naar beneden op de tekst „Na na-na-na. Als laatste deden we „Ja-ja-ja-ja”. Na het inzingen werkten we het hele Fonds 1818 programma af. Ik merkte wel tijdens het zingen dat af en toe mijn stem weigerde en ik dacht: „Morgen komt er geen geluid meer uit”, maar gelukkig viel dat wel mee. Ik ga nu niet het hele programma beschrijven, anders wordt het een ellenlang verhaal, maar aan het eind van de avond zag ik iedereen stralen van plezier. Volgende week gaan we weer zo’n avond organiseren, alhoewel we dan er nog beter op gaan letten dat de stoelen echt 1,5 meter van elkaar staan. Tot de volgende week maar weer!

Verslag van woensdagavond 1 juli 2020 bij Veldzicht.

Opnieuw een buitenrepetitie bij Veldzicht aan de Heerenweg. Het was eerst nog spannend of de weergoden ons wel gunstig gezind waren, maar gelukkig ze werkten een beetje mee. Om 19:00 hadden 21 zanglustigen zich opgesteld in de tamelijke beschutting van de schuur van Veldzicht. In tegenstelling tot vorige week moesten wel de jassen aan, want er stond toch nog een behoorlijke wind. Astrid was ook weer van de partij en stond klaar om ons op haar elektrische klavier te begeleiden. Ook Bob had de reis van Uithoorn naar Noordwijk in no-time afgelegd en stond achter zijn muziekstandaard klaar om met wat nieuwe muziek de avond te beginnen. Maar eerst nam Mary het woord en heette ons hartelijk welkom en ze vertelde ons dat het bestuur het fijn vindt dat jullie toch zijn komen zingen, maar dat het niet de regel is dat we elke woensdagavond bij elkaar komen.  Het hangt sterk van het weer af, want het idee is dat het een “zomerzangavond” moet zijn en geen “schuilen tegen de regen en wind” avond. Na deze woorden nam Bob het woord en hij vertelde dat we vanavond wat aan het Engelse repertoire gaan doen en vooral aan de wat kleinere korte stukken. We gingen eerst onze stemmen opwarmen. De eerste oefeningen was: “Dinge dong dong dong, dinge dong dong dong”. Deze oefening deed me sterk denken aan een songfestival liedje. Dat klopte wel, want we stonden “Rechtop in de wind”, wat ook ooit op het songfestival is gezongen. We deden deze oefening steeds en halfje hoger. Daarna zongen we “Woo-oo-oh”. De meeste mensen zongen met de wind mee en klonk deze oefening af en toe als: “Whoeiiii-oeiiii-wooh”. Ook hier zongen we steeds een halfje hoger, maar wel met verschillende tekstvariaties. Hierna deden we nog een “tegen de wind inzing oefening”.  We zongen “sa-sa-sa-saaaaaa-sa sa” met een tegenwind crescendo op “aaaa”. Dit klonk aardig uit onze 21 kelen, vond Bob. Ook bij deze laatste inzingoefening werd de tekst en de toonhoogte gevarieerd. We gingen verder met de door Arie uitgedeelde en door Bob gekopieerde éénstemmige werkjes. Het eerste lied wat we zongen was getiteld: “Greensleeves”. Niemand kan vertellen wie “The lady with the Green Sleeves” was, alleen is bekend dat ze een wreed persoon was. In de 16 tiende eeuw had zelfs Shakespeare het over haar in het stuk: “De getrouwde vrouwen van Windsor”. Het tweede werkje draagt de titel: “The girl I Left Behind”. Het lied was populair in het leger van de V.S., die het tijdens oorlog van 1812 gebruikten als een marcherende melodie. Het laatste werk uit de serie draagt de titel: “Early One Morning” en is ooit op de planken gebracht door Nana Moeskoerie. U weet wel, die vrouw met die grote zwarte bril. De vertaling luidt: “Vroeg in de morgen, de zon kwam net op, hoorde ik een jongedame zingen in de vallei daar beneden: ‘Oh, bedrieg me niet; oh, verlaat mij nooit!, hoe kun je een arme dame zo gebruiken?’”.  Leuk tekstje, vinden jullie niet, dat wij zomaar op de woensdagavond stonden te zingen. Genoeg hierover. Verder gingen we werken aan nr. 49 (In all my dreams) dat ging heel goed, aan nr 50 (Linger Awhile) dat ging wat minder goed, want de wind stak op, nr 51 (Seems like old times) ook bij dit lied waaide heel wat noten weg en topenden we  nr. 52 (Who is Silvia?) Op dit lied werd extra geoefend omdat de bassen en tenoren gesplitst zijn in hoog en laag. Maar het ging goed, Bob liet zelfs de mannen hun partijen voorzingen. Ook de vrouwen mochten wat later hun partij laten horen. Jammer dat de wind steeds meer van zich liet horen. Het besluit werd daarom genomen om de repetitie maar af te blazen en dat “For the beauty of the Earth” het laatste lied van vanavond zou worden.  Tot een volgende keer maar weer!